>>> Home <<<
Printversie Afdrukbare versie
 
Onderwijskundige ondersteuning:
Klantenservice:
Venster op Professionalisering is verhuisd! Nieuwe afleveringen zijn te vinden op: http://www.utwente.nl/vop/. De oude afleveringen blijven via deze URL beschikbaar.

De nieuwe Wet voor het Hoger Onderwijs & Wetenschappelijk Onderzoek

Terug naar het overzicht

De nieuwe Wet voor het Hoger Onderwijs & Wetenschappelijk Onderzoek

2007 treedt er een nieuwe sectorwet voor Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) in werking.  In de notitie “Naar een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek”, worden de voorstellen geschetst. Meer ruimte voor het hoger onderwijs, een grote verantwoordingsplicht, flexibiliteit en differentiatie en minder bureaucratie, vormen de uitgangspunten. In dit item een samenvatting van de belangrijkste punten uit de notitie.   


1. Het streven 

Het huidige kabinet heeft met invoering van de nieuwe wet een duidelijk streefbeeld voor ogen: “Inspirerend onderwijs, excellent onderzoek, een vruchtbare wisselwerking met het bedrijfsleven en andere maatschappelijke geledingen. Studenten die op het scherpst van de snede studeren, alles uit hun studie halen”. Nederland moet een 
toonaangevende kenniseconomie worden, warabij u Universiteiten en hogescholen een sleutelrol vervullen.  
Om dit te realiseren dienen de primaire processen van onderwijs en onderzoek centraal te staan. Onnodige bureaucratie of knellende wet- en regelgeving moet verhinderd worden, maar de verantwoordelijkheid van de overheid voor kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid blijft wel nadrukkelijk gelden. De wet biedt voortaan een kader, waarbinnen ruimte is voor initiatieven, flexibiliteit en differentiatie. 


2. Enkele voorstellen uitgelicht 

Vraagsturing, meer flexibiliteit, meer differentiatie 
Uitgegaan wordt van een sterkere oriëntatie op de vraag van de individuele student en meer diversiteit in het aanbod. Verwacht wordt dat dit een positieve invloed zal hebben op doorstroom en rendement. Voor studenten moeten er keuzemogelijkheden zijn wat betreft een breed of  smal programma, een individueel samengesteld programma of een meer standaardprogramma, beroeps- of wetenschappelijk georiënteerd onderwijs, voltijd, deeltijd of duaal onderwijs. Dit vereist veranderingen in wet- en regelgeving.  
 
Van opleiding naar domein 
Een opleiding is steeds minder een vooraf gedefinieerd, uniform onderwijsprogramma. Denk maar aan de invoering van Major-minor of duaal onderwijs. Vraaggestuurd onderwijs of onderwijs op maat zal steeds minder sporen met de traditionele (CROHO-)opleiding. Een ruimer opleidingsbegrip is daarvoor nodig; domeinen waarbinnen een grote diversiteit aan opleidingen/opleidingstrajecten mogelijk zijn vormen straks het uitgangspunt. 
 
Minder voorschriften ten aanzien van de organisatie van het onderwijsproces 
Er komen meer vrijheden voor de inrichting van het onderwijs, met daarbij tegelijkertijd een groter accent op de examinering, c.q. de wijze waarop
het behaalde eindniveau wordt beoordeeld. De examencommissie krijgt hierin een belangrijke rol.  
 
Meer mogelijkheden voor samenwerking 
Er komen meer mogelijkheden voor samenwerking tussen universiteiten en hogescholen, tussen hogescholen en ROC’s/AOC’s, formeel en informeel, nationaal en internationaal, tussen bekostigd en onbekostigd onderwijs. 
 
Meer differentiatie 
Een meer gedifferentieerd hoger onderwijsaanbod vereist ook meer vrijheid bij de selectie en toelating van studenten. Op dit moment lopen er experimenten onder de noemer ‘Ruim Baan voor talent’ die moeten uitwijzen onder welke voorwaarden instellingen meer vrijheid kan worden gegeven bij de selectie en toelating van studenten. 
 
Een Leven Lang Leren 
Hogescholen en universiteiten kunnen een belangrijke rol vervullen in het principe van een leven lang leren. Leerwegonafhankelijke certificering kan dit bevorderen. Er dient daarvoor een aanbod van procedures voor erkenning van verworven competenties (evc) te komen. In dit kader spelen straks de  examencommissies een sleutelrol. 
 
Nadruk op kwaliteit 
Hantering van een nieuw bekostigingsmodel waarbij de studenten leerrechten hebben die zij per jaar kunnen inzetten, zal er toe leiden dat de student bewustere keuzes zal maken binnen het aanbod aan hoger onderwijs. Hiervan gaat zelfregulerende sturing uit.  
De kwaliteit van het hoger onderwijs wordt daarnaast bewaakt door: 
-          versterking van de rechtspositie van de student en medezeggenschap; 
-          betrokkenheid van werkgevers bij de beoordeling van de kwaliteit (met name voor het beroepsonderwijs); 
-          de inrichting van het accreditatieproces.  
Accreditaties zullen in de toekomst waarschijnlijk op instellingsniveau gebeuren, waarbij de “degree awarding power” ( de bevoegdheid van een instelling om graden te verlenen) als sturingsinstrument wordt gehanteerd. 
Bij de kwaliteitsbewaking zal vooral gekeken worden naar het oordeel van peers / vakgenoten (“is het onderwijs naar professionele maatstaven up-to-date?”), de student (“sluit het onderwijs aan bij de behoefte van de student?”) en de werkgevers (“is het onderwijs een adequate voorbereiding op de arbeidsmarkt?”).  
 
Innovatief vermogen versterken, minder bureaucratie 
In de notitie wordt gesteld dat onderwijsinstellingen aan de ene kant ‘maatschappelijke ondernemingen’ vormen die zelfstandig inspelen op veranderingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Aan de andere kant zijn het instellingen met een maatschappelijke opdracht die in een bestuurlijke relatie tot de overheid staan. Hiervoor moeten de kaders geschapen worden. Als principe wordt gehanteerd: algemeen recht waar mogelijk, specifiek recht alleen waar nodig.
In de toekomst verkrijgen de instellingen meer autonomie en staan de “zorgplichten” centraal. De wettelijke bepalingen hiervoor zullen zo zijn geformuleerd dat ze ruimte laten voor gedragsalternatieven van de instellingen of voor de studenten om een bepaalde norm te bereiken. 


3. De kaders, voorstellen en uitgangspunten van de wet en de verdere planning  

In deze paragraaf wordt een (letterlijke) opsomming gegeven van de voorstellen voor de nieuwe sectorwet die in de notitie staan beschreven. In de notitie worden deze voorstellen uitgebreider toegelicht. 
In de komende maanden wordt in overleg met alle betrokken partijen de wetgevingsnotitie uitgewerkt tot een nieuwe wet. Waar nodig, zo wordt in de notitie aangegeven,  zullen er discussiebijeenkomsten of workshops worden georganiseerd met het veld.  
Rond de zomer van 2005 zal het conceptwetsvoorstel volgens planning gereed zijn. Hierna volgt advisering door de Onderwijsraad, de AWT - wat betreft het onderzoeksdeel - en de Raad van State. December 2005 zal het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend. Het streven is de wet in september 2007 in werking te laten treden. 
 

Een passende en heldere bestuurlijke relaties tussen overheid en instellingen 
Voorstellen voor de nieuwe wet: 
1 Als uitgangspunt voor de vormgeving van de nieuwe wet geldt dat instellingen een privaatrechtelijk karakter hebben. 
2 De verhoudingen tussen de overheid, de instellingen, hun personeel en de studenten worden in beginsel geregeerd door algemene wetgeving. Slechts wanneer dat noodzakelijk is, worden specifieke regels voor het hoger onderwijs ontwikkeld. 
3 De nieuwe wetgeving gaat uit van bekostigde en aangewezen instellingen die geaccrediteerd onderwijs verzorgen. 
4 Het overheidstoezicht wordt in beginsel beperkt tot de prestaties van de instellingen en de rechtmatige besteding en verkrijging van middelen. Het interne toezicht wordt versterkt door een wettelijke verplichting tot het inrichten van een raad van toezicht. De instellingen dragen zorg voor de betrokkenheid van stakeholders bij het bestuur van de instelling. 
5 Bij de uitwerking zal rekening worden gehouden met de aanbevelingen van diverse adviesorganisaties zoals die van de WRR, SER, AWT en de Onderwijsraad en de uitkomsten van de OCW-brede discussie. Er zal aansluiting gezocht worden bij de kabinetsreactie op het WRR- en SER-advies. 
6 De nieuwe wet laat in beginsel de beslissing over het aangaan van samenwerkingsverbanden en de wijze waarop daaraan vorm wordt gegeven over aan de instellingen, onder de voorwaarde dat de ontwikkelingsmogelijkheden van de student ermee gediend zijn. 
7 De nieuwe wet laat de beslissing tot het aangaan van fusies in beginsel over aan de instellingen, onder de voorwaarde dat dit de ontwikkelingsmogelijkheden van de studenten niet belemmerd. Verder moet bezien worden of er extra toezicht nodig is ter voorkoming van bijvoorbeeld ongewenste mededingingsrechtelijke effecten van fusie. 
8 De nieuwe wet schept geen belemmeringen voor de ontwikkeling van gezamenlijke opleidingen. 
9 De nieuwe wet laat de ontwikkeling van joint degrees over aan de instellingen onder voorwaarde dat de kwaliteit van het onderwijs en de waarde van het getuigschrift worden gewaarborgd. 
10 De huidige financiële vrijheidsgraden(bestedingsvrijheid voor de lump sum) blijven grondbeginselen voor de nieuwe wetgeving 
11 Waar het grensvlakken van publieke en private activiteiten van de hoger onderwijsinstellingen betreft, zullen verantwoordingsarrangementen moeten gelden die niet leiden tot meer beheerslasten 
12 Regels met betrekking tot het waarborgfonds hogescholen zullen vervallen. Daarmee bevat de wet geen huisvestingselementen meer voor ho-instellingen.
13 Regels met betrekking tot het arbeidsvoorwaardenbeleid voor het personeel van het hoger onderwijs zullen niet meer terugkomen. Er is geen reden om voor de hoger onderwijsinstellingen van de toekomst af te wijken van de wettelijke regelingen die in het overige deel van de samenleving van toepassing zijn. 
14 De instelling legt verantwoording af over het aandeel van specifieke groepen van het personeel van hoger onderwijsinstellingen. 
15 Uitgangspunt voor de instellingen is de toepassing van algemene (deels nog te ontwikkelen) rijksbrede regels voor de top in de publieke sector en van maatschappelijke ondernemingen zoals openbaarmaking van het salaris. 
 
Onderwijs 
Voorstellen voor de nieuwe wet 
1 Uitgangspunt is een minimum aan voorschriften voor de inrichting van het onderwijs. 
2 * Uitgangspunt is dat het onderwijs wordt georganiseerd binnen domeinen. Het definiëren van onderwijstrajecten is de verantwoordelijkheid van de instelling. 
4 Aangrijpingspunt voor accreditatie is het domein. 
5 Het domein vormt ook het aangrijpingspunt voor macro-doelmatigheidssturing met uitzondering van de mastertrajecten. 
6 De nieuwe wet heeft als uitgangspunt dat de invloed van de beroepspraktijk op de onderwijsprogrammering van beroepsopleidingen en, waar relevant ook van wo-opleidingen, effectief en transparant moet zijn. 
7 De wijze van afstemming van het onderwijs op de beroepspraktijk zal onderdeel zijn van horizontale 
verantwoording en wordt getoetst in aangescherpte accreditatiekaders. 
8 Uitgangspunten zijn toelatingsrecht bij voldoende vooropleiding en voor het overige toelaatbaarheid. 
9 EVC is primair de verantwoordelijkheid van de instelling, maar er zal sprake moeten zijn van een brede gelding. 
10 De nieuwe wet staat samenwerking tussen ROC’s/ AOC’s en hogescholen en de doorstroom tussen mbo en hbo niet in de weg brede gelding 
11 De nieuwe wet positioneert het Nederlandse hoger onderwijs in de internationale hoger onderwijsruimte door een adequaat stelsel van accreditatie, mogelijkheden tot samenwerking, transparantie van diploma’s en mogelijkheden voor een variabele cursusduur voor mastertrajecten. 
 
Positie student  
Voorstellen voor de nieuwe wet:  
1 Het recht op transparante informatie voor aankomende studenten wordt gewaarborgd. 
2 Instellingen krijgen een zorgplicht om te voorzien in optimale informatie aan studenten over 
wederzijdse rechten en plichten. 
3 Instellingen worden verplicht een heldere interne procedure voor klachten en geschillen te hebben. 

4 Er komt, voorzover mogelijk, één rechtsgang voor alle juridische geschillen in tweede aanleg die 
tussen instelling en student spelen. 

5 Voorlopig wordt voor wat betreft de medezeggenschap – onder meer in afwachting van de evaluatie van de MUB – gedacht aan een keuzemodel met gedeelde en ongedeelde medezeggenschap. De wetgeving zal worden vereenvoudigd. 
 
Onderzoek 
Voorstellen voor de nieuwe wet: 
1 Verankering (onderzoeks)functie van universiteiten en hogescholen. 
2 Opnemen voorziening voor erkenning van ‘nieuwe’ universiteiten. 
3 Opnemen rol van NWO ten aanzien van universitair onderzoek. 
4 Verduidelijking rol KNAW 
5 Opleiden van onderzoekers wordt expliciet onderwerp van kwaliteitszorg. 
6 Kennistransfer blijft een expliciete wettelijke taak van universiteiten en hogescholen 
7 Er zal een heldere verantwoordingslijn voor onderzoek worden geformuleerd, waarin de strategische plannen en de beleidsrijke dialoog een plaats krijgen. Hiertoe zal in de wet worden opgenomen dat universiteiten verplicht zijn eens in de vier jaar – als onderdeel van het jaarverslag – een strategisch plan voor onderzoek te maken op basis van het Wetenschapsbudget. 
8 De wet geeft aan dat de verdeling van onderzoeksmiddelen mede op basis van prestaties en 
kwaliteit kan plaatsvinden. 
9 Kwaliteitszorg van het onderzoek is de taak van de instellingen. 
10 Geen voorschriften meer ten aanzien van de interne organisatie. 
11* De meta-evaluatie functie wordt vastgelegd in de nieuwe wet. 
13 Onderzoekersopleidingen worden expliciet benoemd als onderwerp van de kwaliteitszorg onderzoek. 
14 Een zorgplicht van de instelling inzake de kwaliteit van kennisontwikkeling en uitwisseling in het 
hbo wordt in de wet neergelegd. 

  * De nummering uit de notitie is aangehouden. In de notitie ontbreekt 2 keer een nummer. 


4. Meer informatie 

Notitie: Naar een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek van minister van der Hoeven en staatssecretaris Rutte van onderwijs.
Publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 
productie: Leo Wijnhoven/Femke Aarts 
vormgeving: Vorm Vijf Ontwerpteam, Den Haag 
druk: DeltaHage bv, Den Haag 
uitgave: oktober 2004 
zie ook: www.minocw.nl/ho/publicaties.html 
OCW34.109/300  
Te downloaden via: http://www.minocw.nl/ho/doc/2005/nota_wet_ho.pdf of te vinden via de website van het ministerie: http://www.minocw.nl/ho/publicaties.html 
 

Samenvatting: W.D.J. Vlas, ITBE

Terug naar het overzicht

 
Zoeken

Aanbiedingen:
Marktplaats:
Prikbord:
Magazijn: